De Nederlandsche Bank
De Nederlandsche Bank (1968) staat op de historische Utrechtse Poortlocatie nabij de grachtengordel van Amsterdam. Hier stond het Paleis voor Volksvlijt van Samuel Sarphati, dat in 1929 door brand werd verwoest. Het gedachtengoed van Sarphati, waarin cultuur, economie, ondernemerschap en wetenschap samenkomen op één plek voor alle mensen, was destijds revolutionair. De Nederlandsche Bank (DNB) is de onafhankelijke centrale bank die zich ondermeer sterk maakt voor financiële stabiliteit, een soepel en veilig betalingsverkeer, en toezicht houdt op financiële instellingen.
Het gebouw van DNB, ontworpen door architect Marius Duintjer, was modern en functioneel. Het werd niet omarmd door de Amsterdammers die het gebouw afstandelijk vonden en teveel contrasteren met de historische architectuur van de binnenstad. Voor het complex met haar carrévormige laagbouw van 110 x 120 meter en de 73 meter hoge kantoortoren liet Duintjer zich inspireren door de ‘mid-century modern’ architectuur van Mies van der Rohe en SOM uit de Verenigde Staten. Het ontwerp was destijds baanbrekend vanwege de minimalistische lijnen, ingetogen materiaalgebruik en transparantie. Deze transparantie ging vanwege beveiligingseisen echter al snel verloren; het werd een bastion met hekken, grote keien en gewapende marechaussee. In 1991 werd een ronde toren toegevoegd en bovenop de carré kwam een derde verdieping. Door het besluit het goud en bankbiljettenbedrijf naar het Cashcentrum in Zeist te verplaatsen, ontstond de mogelijkheid dit zwaarbeveiligde gebouw, dat aan een grondige renovatie toe was, te transformeren en meer te openen naar de samenleving. De ronde toren was niet meer nodig en kon modulair ontmanteld worden.
De Nieuwe Schatkamer
Mecanoo besluit in het winnende ontwerpvoorstel (2018) de entree van DNB naar het Frederiksplein te verplaatsen, in de as van de Utrechtsestraat, en dwars door de voormalige goudkluis heen te zagen. De vloeren om de kluis zijn weggehaald, waardoor deze zichtbaar wordt voor de stad: een gouden kolos van 61x18,5x11 meter inclusief zes imposante kluisdeuren. In de kluis kun je je onderdompelen in tentoonstellingen en interactieve games, waarin verteld wordt over goud, geld, economie en de kernactiviteiten van DNB. Het meest geheime deel van de bank is nu het meest publieke deel: De Nieuwe Schatkamer. Aan de uiteinden liggen twee auditoria, een formeel auditorium voor lezingen en optredens en een informeel auditorium voor de ontvangst van schoolgroepen. Tussen de kluis en de nieuwe stadstuin, waar voorheen de ronde toren stond, ligt de zogenaamde ‘straat’ met tafels en zitplekken om te wachten, af te spreken, te studeren, te werken, een kop koffie te drinken of om naar de tentoonstellingen te gaan. Inspiratie voor Francine Houben was de levendige ’straat’ in de centrale hal van het inmiddels afgebrande Gebouw voor Bouwkunde van de TU Delft. De ontvangstbalie is vooral een gastvrije koffiebar voor de buurt en bezoekers, maar ook de check-in voor DNB-gasten naar de volgende veiligheidszones.
Atrium, restaurant en Singelgracht
In het semipublieke deel voegde Mecanoo een vijflaags atrium met trappen toe in de as van de Utrechtsestraat, om lopen te stimuleren en elkaar te ontmoeten. Het atrium brengt daglicht naar de kelderverdiepingen door middel van een dubbele trappentribune, en is de plek waar ‘Townhall Meetings’ voor de circa 2300 werknemers worden georganiseerd. De rastervormige stoere betonstructuur van de voormalige buitengevel vormt een open binnenwand aan het atrium. Het atrium leidt naar het restaurant, dat als een beletage de Singelgracht overziet. Hier kunnen de DNB’ers en hun gasten eten, formeel en informeel, in groepjes of met gasten in een lunchkamer. Buiten lunchtijden is het een werk- en overlegplek. De kade aan de Singelgracht is omgevormd tot een publieke ontmoetingsplek, waar voorbijgangers in de zon kunnen zitten op de houten steiger die net boven het water zweeft.
Kashal wordt Forum
De dubbelhoge kashal van Duintjer met haar karakteristieke kolommen was de plek waar vroeger het geld werd geteld. De hal is getransformeerd tot het Forum, een vergadercentrum met in het hart de vergaderzalen. In dit semipublieke gebied, de tweede veiligheidszone, worden de gasten van DNB ontvangen. Intieme breakout-zones met tafels, zitjes en vele planten liggen aan de zijde van de stadstuin en de binnentuin voor het personeel. De monumentale leeszaal, 120 meter lang, ligt aan de zijde van het Frederiksplein en is omringd door de kronen van Hollandse iepen. De zaal is geïnspireerd door de Rose Main Reading Room van de New York Public Library. Mecanoo ontwierp achttien DNB-tafels voor de leeszaal inclusief verlichting. De zaal is dagelijks te gebruiken als werkplek, maar ook geschikt voor speciale congressen en diners. In het midden staat de cilindrische trap ontworpen door Duintjer. Mecanoo voegde er als yin en yang eenzelfde trap aan toe die de 2e met de 3e verdieping verbindt.
Een diverse werkomgeving
In de derde veiligheidszone liggen de werkplekken van de DNB’ers. Deze zijn verdeeld over de carrévormige laagbouw en de toren. De werkomgeving is ontworpen op concentratie, samenwerking en ontmoeting. Er is een grote diversiteit aan werkplekken: van omsloten tot open, afgewisseld met loungeplekken, videobelruimten, vergaderplekken en aanlandplekken. Elke werkplek heeft daglicht, te openen ramen en uitzicht. Er is veel groen, zowel binnen als buiten. Spectaculair is het uitzicht over Amsterdam vanaf de bovenste verdieping van de toren. Alle installaties zijn in de kelder ondergebracht, waardoor het mogelijk was op de bovenste verdieping van de toren panoramische ruimtes te maken voor speciale bijeenkomsten en brainstormsessies.
Circulaire en biobased materialen
Mecanoo voegde aan Duintjers materialenpalet van stoere beton, glas en staal een palet van warme circulaire en/of biobased materialen toe die bijdragen aan een uitstekende akoestiek. Het hout van lokaal gerooide oude en zieke populieren is prachtig verwerkt in een houten lattenplafond onder de betonnen constructie. De wanden zijn bekleed met gekleurd PET-vilt afgewisseld met FSC-gecertificeerde houten lambriseringen. Het kleurenschema is geïnspireerd door het kleurrijke papiergeld uit het laatste Nederlandse guldentijdperk. De kunstcollectie van DNB komt er fantastisch op uit. Veel aandacht is besteed aan de verlichting: de tl-buizen van de jaren zestig zijn vervangen door een combinatie van energiezuinige, functionele, sfeer- en theatrale verlichting.
Geveltoren en de kleuren van de stad
Voor Duintjer verwezen de rode tegels op de gevel naar de bakstenen van de Amsterdamse grachtengordel. De kleurnuances ontstonden destijds door het fabricageproces. Tegenwoordig wordt keramiek nauwkeurig op kleur geproduceerd. Mecanoo heeft na een uitgebreide kleurstudie deze nuancering ook in de vernieuwde gevel teruggebracht. Door te kiezen voor een mechanische ophanging kan de gevel in de toekomst circulair worden gedemonteerd. Het zogenaamde ‘kastenfenster’-systeem met geïntegreerde zonnewering tussen de dubbele ramen, zorgt ervoor dat het gebouw goed geïsoleerd is en biedt de mogelijkheid om zelf de ramen te openen voor ventilatie.
Circulair en duurzaam voorbeeldproject
DNB is een voorbeeldproject op het gebied van circulariteit en heeft voor de renovatie het BREEAM Outstanding certificaat ontvangen. De ronde toren is modulair ontmanteld voor herbestemming. Slooppuin uit het gebouw is verwerkt tot hoogwaardige grondstoffen voor de productie van nieuw, circulair beton. Voor de aanleg van de nieuwe kade is dit circulaire beton gebruikt. Bovendien is hierin CO₂ geïnjecteerd, waardoor CO₂-neutraal beton is ontstaan. Een ander deel van het beton is hergebruikt voor sociale woningbouw in Amsterdam. De keien die rondom het gebouw lagen, komen terug als klim-en klauterobjecten in een sportpark aan de oostkant van Amsterdam. Kantoormeubelen zijn voor een groot deel hergebruikt en regenwater wordt opgevangen.
Door de renovatie is het energieverbruik en de CO2-uitstoot met ruim 80% verminderd. De torengevels zijn hoogwaardig geïsoleerd door het kastenfenster-systeem, een geventileerde dubbele glasgevel met geïntegreerde zonwering. Het ventilatiesysteem hergebruikt de warmte van de uitgaande lucht. Zonnepanelen op het dak voorzien in een deel van de elektriciteitsbehoefte. Alle energie die nodig is, wordt zoveel mogelijk uit duurzame bronnen gehaald. Er is een warmte-koudeopslag en overal waar mogelijk liggen zonnepanelen en sedumdaken. Het gebouw draagt op deze manier bij aan een klimaatneutrale stad.
Biodiversiteit en hittestress
De transformatie van Frederiksplein naar Frederikspark zet de Bank in het groen. Het voormalige parkeerterrein met ronde toren maakte plaats voor een publiek toegankelijke stadstuin. Het expeditiecentrum kreeg een overkapping met een binnentuin vol kruiden en groenten voor het personeel. Groene terrassen liggen nu op de daken en op de houten steiger kan iedereen dicht bij het verkoelende water van de Singelgracht zitten. Al deze ingrediënten dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit en het verminderen van de hittestress in de stad.
Gevel
De vernieuwde gevel combineert duurzaamheid met respect voor de oorspronkelijke architectuur. Zo had Duintjer op subtiele wijze het perspectief van de hoogbouw versterkt door naar boven toe elke verdieping iets kleiner te maken en de raamstroken steeds smaller. Hierdoor lijkt de toren ogenschijnlijk hoger en slanker, dan deze in werkelijkheid is. Het glas lag in hetzelfde vlak als de tegels, waarbij de transparante raamstroken een sterk contrast vormden met de gesloten tegelbanden.
Om deze historische details te behouden en tegelijkertijd een gevel te maken met de hoogst mogelijke klimaateisen was een grote uitdaging. De oplossing is gevonden in een ‘kastenfenster’, waarbij de raamstroken een dubbele glaslijn hebben, waartussen zonwering subtiel is weggewerkt. De binnenste glaslijn zorgt ervoor dat de binnentemperatuur optimaal blijft. De buitenste glasplaat breekt de warmte van de zon, en straalt deze af in de spouw tussen de beide glaslagen. De warmte wordt vervolgens op natuurlijke wijze geventileerd. De buitenste glasplaat is in dezelfde lijn als de tegels geplaatst. Hierdoor is de historische uitstraling van de gevel behouden, terwijl deze voldoet aan de hedendaagse energie-eisen.
Programma
Renovatie van het nationale bankgebouw (1968) van 67.000 m2, waarvan circa 1.500 m2 nieuwbouw, met ondermeer een vernieuwd entreegebied met expositieruimtes in en om de voormalige goudkluis, lobby met receptie en koffiebar, een formeel en informeel auditorium, werkomgeving kantoren, vergadercentrum, gym, atrium met trappen en tribunes, bedrijfsrestaurant, expeditiehof, fietsenstalling en parkeergarage. Inclusief landschapsinrichting voor de patio's en daktuinen. Het project is BREEAM Outstanding en WELL Platinum gecertificeerd.
| Oplevering | 2025 |
| Projectteam | Stevens Van Dijck Bouwmanagers en Adviseurs |
| Interieur | Mecanoo |
| Opdrachtgever | De Nederlandsche Bank |
| Constructeur | Pieters Bouwtechniek |
| Adviseur installaties | Valstar Simonis |
| Bouwkunding aannemer | SPIE |
| Fotograaf | Ossip Architectuurfotografie |
| Adviseur bouwfysica | DGMR |
| Adviseur brand | DGMR |
| Landschapsarchitect | Mecanoo |